Bermbeheer

De Vlaamse Waterweg nv beheert haar bermen op een ecologische wijze, d.w.z. dat de uitgevoerde beheersmaatregelen tot doelstelling hebben de nodige stimulansen te geven voor de toename van de biodiversiteit, zowel voor fauna als flora.

Het maaien van de bermen langs onze waterwegen en jaagpaden gebeurt conform het Bermbesluit van 27 juni 1984. Dit bermbesluit verplicht openbare besturen om een ecologisch verantwoord beheer toe te passen op de bermen langs wegen en waterlopen in hun beheer.

Het Bermbesluit voorziet volgende maaidata:

  • Voorjaarsmaaibeurt vanaf 15 juni
  • Najaarsmaaibeurt vanaf 15 september

Omdat De Vlaamse Waterweg nv voor elk van de kanalen in haar beheer, beschikt over goedgekeurde bermbeheersplannen, is De Vlaamse Waterweg nv in de mogelijkheid af te wijken van deze data die zijn opgenomen in het Bermbesluit. Zo kan De Vlaamse Waterweg nv ervoor zorgen dat de veiligheid van de gebruiker van de jaagpaden gewaarborgd blijft. Overhangende vegetatie kan hierdoor tijdig worden verwijderd zonder hiermee in conflict te komen met de bepalingen van het Bermbesluit. Afwijking van de maaidata heeft als bijkomend voordeel dat we rekening kunnen houden met de vegetatie en met de insectenpopulaties, aanwezig op de kanaalbermen.

Voor de uitvoering van haar bermbeheer volgt De Vlaamse Waterweg nv in het algemeen volgend schema:

  • Vanaf 15 mei: uitvoeren veiligheidsmaaibeurt waarbij langs beide zijden van het jaagpad 1 maaibreedte wordt gemaaid. De bermstrook tussen jaagpad en waterzijde wordt in vele gevallen volledig gemaaid.
  • Vanaf 1 september: uitvoeren najaarsmaaibeurt: Tijdens de najaarsmaaibeurt worden de bermen volledig gemaaid.

Uitzonderingen op deze algemene benadering:

  • Erg waardevolle bermen kunnen opgenomen zijn in een systeem van gefaseerd maaibeheer. Deze extra beheersmaatregelen worden in principe eind juli uitgevoerd. Het beheer van dergelijke stroken gebeurt in strikt overleg met het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB)
  • Bermstroken waar houtkanten in het najaar zijn afgezet worden ongeveer gedurende drie jaar twee keer per jaar gemaaid met als doel deze berm te verschralen en zo de biodiversiteit te stimuleren. Na drie jaar worden deze bermen enkel nog in het najaar gemaaid.
  • Bermstroken die deel uitmaken van belangrijke aanlegstroken voor de binnenvaart worden meermaals per jaar gemaaid, dit om de veiligheid van de aanmerende binnenschipper te garanderen.
  • Kunstwerken (bruggen, duikers, grachten e.d.) worden zoveel mogelijk vegetatievrij gehouden. Deze kunnen dan ook op jaarbasis meermaals gemaaid worden.
     

 

Wat met de woekerende duizendknoopsoorten langs onze waterlopen? 

De Japanse duizendknoop, een exotische plant duikt overal op, langs alle belangrijke transportassen in Vlaanderen, zowel over land als over water. Als beheerder van de bevaarbare waterlopen, wordt ook de De Vlaamse Waterweg nv geconfronteerd met de Japanse duizendknoop en andere duizendknoopsoorten. Welke maatregelen nemen we om de plant te bestrijden? 

De Japanse duizendknoop is een ‘exoot’: een soort die van oorsprong niet in Vlaanderen voorkomt maar zich door toedoen van de mens hier (bewust of onbewust) heeft gevestigd. Er zijn wel meer uitheemse soorten in Vlaanderen, en de meeste veroorzaken geen problemen. Een minderheid zorgt echter wel voor moeilijkheden. Dat is zo in het geval van de Japanse duizendknoop, de Sachalinse en Boheemse duizendknoop. We spreken dan van ‘invasieve’ exoten.

Dijken ideale habitat voor duizendknoop
Dijken zijn een ideale groeiplek voor de duizendknoopsoorten. De duizendknoop kan niet zo goed tegen schaduw, maar op de dijken kiezen we uit veiligheidsoverwegingen net voor lage vegetatie, en niet voor bomen die schaduw geven. Zodra de plant zich vestigt, groeit hij veel sneller dan de omringende vegetatie en heeft zo een concurrentievoordeel. Met zijn grote bladeren maakt hij het andere, lagere planten bovendien onmogelijk om licht op te vangen en te groeien. Wat overblijft is een eentonig landschap van duizendknoop met daaronder een kale bodem.

Waarom dat een probleem is? Dijken zijn in de eerste plaats veiligheidsconstructies die ons moeten beschermen. De eerste beschermingslaag op de helling van zo’n dijk is de grasmat, waarbij het gras ‘dakpansgewijs’ gaat platliggen wanneer water over de dijk stroomt bij extreme weersomstandigheden en zo de kracht van het water breekt. Hoe soortenrijker deze grasmat, hoe erosiebestendiger ze is, en hoe minder kans op een dijkbreuk. Een soortenrijke grasmat betekent dus een win-win situatie: zowel ecologie en veiligheid is erbij gebaat. De Vlaamse Waterweg nv streeft de instandhouding en versterking van dit soort vegetaties dan ook na op de dijken. Maar de duizendknopen strooit roet in het eten. Onder de planten rest niets dan een kale bodem waardoor aan de ene kant de erosiebestendigheid van de dijk vermindert en aan de andere kant een eentonige vegetatie zonder diversiteit tot stand komt. 

Voorlopig is de strijd nog niet gewonnen 
Er is nog geen goede bestrijdingsmethode voor de verschillende duizendknoopsoorten gekend. Tot voor kort werd op de dijken langs de bevaarbare waterlopen een gericht maaibeheer toegepast, waarbij het maaisel meteen afgevoerd werd. Na evaluatie bleek dat deze methode de verspreiding van de plant eerder in de hand lijkt te werken dan te stoppen. Door het maaien wordt de duizendknoop gestimuleerd om ondergronds via haar wortelstokken betere oorden op te zoeken en uit te breiden. Dat het wortelstelsel van de plant zich enorm vertakt, zowel in de diepte als in oppervlakte, maakt de bestrijding er niet makkelijker op. Ook kunnen kleine worteldeeltjes die wegspringen tijdens het maaien een bron zijn van nieuwe verspreiding. Kleine stukjes van de plant zijn al voldoende om de duizendknoop op een andere locatie wortel te doen schieten. 

Daarom werd, na advies van het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO), overgegaan op een nulbeheer, tot er een betere bestrijdingsmethode bekend is. Dat nulbeheer houdt in dat we plekken waar de duizendknoop geconcentreerd voorkomt, bewust sparen van elke vorm van beheer. Enkel wanneer het strikt noodzakelijk is (bijvoorbeeld om signalisatie vrij te houden), maaien we de plant. Aan de waterkant, tussen de breuksteen, is het bovendien extra complex om de duizendknoop te bestrijden. Het gebruik van pesticiden zo dicht bij de waterloop is niet toegelaten. De plant uitsteken met de schop of maaien onderaan het talud vlak bij de rivier is ook zeer moeilijk.

Proefprojecten 
De Vlaamse Waterweg nv is naarstig op zoek naar goede bestrijdingsmethoden. Daarnaast wisselen we ervaring uit en stemmen af met andere (water)wegbeheerders, zoals het Agentschap Wegen en Verkeer, en bekijken waar we kunnen samenwerken. Zo maakt De Vlaamse Waterweg deel uit van een werkgroep Invasieve Uitheemse Soorten waarin we met verschillende beheerders de problematiek van invasieve exoten, waaronder de duizendknopen, bespreken. 

De Vlaamse Waterweg nv test verschillende methoden op het terrein in samenspraak met het INBO. Een eerste methode, is het ‘kneuzen’ van de Japanse duizendknoop door er met een voertuig met rupsbanden over te rijden. Dit project voeren we uit ter hoogte van Fort Sint-Marie, in Zwijndrecht. Op het eerste zicht lijkt dit de plant inderdaad te verzwakken en schiet hij niet opnieuw op in hetzelfde groeiseizoen. De toekomst moet uitwijzen of deze maatregel echt efficiënt is. Daarnaast loopt in de Antwerpse Polderstad ook een project waarbij we de duizendknoop uittrekken en uitspitten, maar over de effectiviteit daarvan kunnen we nog maar weinig zeggen. Ten slotte voeren we in Hemiksem langs de Schelde een proefproject uit rond injectie met de onkruidverdelger glyfosaat, om de plant van binnenuit te laten afsterven. Dit gebeurt enkel in zones die voldoende verwijderd zijn van de waterloop en volgens de instructies van het INBO. Het effect is op het eerste zicht positief, maar moet nog verder opgevolgd worden. Het onderzoek loopt dus volop, en we zijn voorzichtig positief. De oplossing zal vermoedelijk een combinatie van verschillende bestrijdingstechieken worden. Intussen zullen fietsers en wandelaars nog even de groene muur van duizendknoop tegenkomen op hun tocht langs de waterweg.

Niet alleen 
Niet enkel de duizendknoopsoorten veroorzaken problemen. Het aantal uitheemse soorten is de afgelopen jaren sterk gestegen. Vaak zie je ze verschijnen naast (water)wegen omdat ze meereizen met personen of goederen. Of ze ontsnappen uit de kweek of gevangenschap. Soms worden ze ook ingevoerd (bijvoorbeeld als sierplant) zonder dat men zich bewust is van het invasieve karakter. De Vlaamse Waterweg nv bestrijdt dus niet enkel de duizendknoop, maar ook soorten zoals de Reuzenberenklauw die brandwonden kan veroorzaken of invasieve waterplanten zoals Waterteunisbloem, Grote Waternavel en Parelverderkruid die hinder kunnen veroorzaken voor de scheepvaart.

Meer info over exoten, vind je via deze link. Meer info over de duizendknoopsoorten, vind je hier.

Laatste nieuws

Top