Link naar homepage

Vragen en antwoorden sanering Cokeries du Brabant

De activiteiten van de voormalige cokesfabriek ‘Cokeries du Brabant’ vervuilden de grond en het grondwater van de site en de nabije omgeving. De sanering van de verontreiniging ontstaan door de cokesfabriek, loopt in verschillende fases. De antwoorden op enkele veel gestelde vragen kan je hier terugvinden.

1. Wie is verantwoordelijk voor de sanering van de historische verontreiniging op de site Cokeries du Brabant?
2. Waarom is de sanering van het voormalig Total-terrein gekoppeld aan de omgevingsvergunning voor de nieuwe exploitatie?
3. Is de verontreiniging volledig onderzocht in het beschrijvend bodemonderzoek?
4. Hoe ver reikt de verontreiniging?
5. Wat betekent het aantreffen van teer ter hoogte van de kelders van omliggende woningen? 
6. Heeft de verontreiniging invloed op de waterwinning Katte-Meuterbos?
7. Hoe volledig is de sanering?
8. Wat is de impact van de verontreiniging op de percelen van de omwonenden?

 

 

1. Wie is verantwoordelijk voor de sanering van de historische verontreiniging op de site Cokeries du Brabant?

De sanering van een bodemverontreiniging berust in de eerste plaats bij de exploitant van het terrein. Indien de exploitant niet meer aanwezig is, dient de eigenaar van het terrein in te staan voor de sanering van het terrein.
Het terrein is sinds 1969 eigendom van (de rechtsvoorganger van) De Vlaamse Waterweg nv. In 2001 werd door (de rechtsvoorganger van) De Vlaamse Waterweg in een akkoord met onder meer de OVAM overeengekomen dat DVW zal optreden als saneringsplichtige voor de historische verontreiniging veroorzaakt door de cokesfabriek.

Er is op een deel van het terrein, waar tot 2006 een exploitatie van Total actief was, ook een bodemverontreiniging aanwezig veroorzaakt door de activiteiten van Total. Ook deze bodemverontreiniging moet gesaneerd worden. De Vlaamse Waterweg heeft deze saneringsplicht overgenomen van Total, om op die manier de sanering voor de gehele site integraal en centraal gestuurd te kunnen uitvoeren. Door Total werd een vergoeding betaald voor de toekomstige uitvoering van (dit deel van) de saneringswerken, gebaseerd op een uitgebreid onderzoek. 

Dus De Vlaamse Waterweg is saneringsplichtig. De uitvoering van de sanering kan echter aan een andere partij worden overgedragen. In het geval van het voormalige Total-terrein is dit de meest efficiënte oplossing. Dit deelterrein is braakliggend en vraagt om een herontwikkeling. Vanuit dat oogpunt is het een logische keuze om de sanering en de herontwikkeling van het terrein maximaal op elkaar af te stemmen. Om die reden is ervoor geopteerd om de bodemsanering van dit deelterrein te laten uitvoeren door de nieuwe concessionaris, zijnde WDP-Montea, voorafgaand aan hun geplande herontwikkeling. De vergoeding voor de saneringswerken vertaalt zich in een gunstig concessietarief. 

2. Waarom is de sanering van het voormalig Total-terrein gekoppeld aan de omgevingsvergunning voor de nieuwe exploitatie?

Zoals hoger vermeld heeft De Vlaamse Waterweg ervoor geopteerd om WDP-Montea de bodemsaneringswerken te laten uitvoeren ten einde de sanering en de herontwikkeling van het terrein maximaal op elkaar af te stemmen en zodoende een efficiëntiewinst te kunnen behalen. Vermits de bodemsaneringskosten voor het voormalige Total-terrein erg hoog uitvallen, levert deze wijze van financiering het bijkomend voordeel dat de bodemsaneringswerken op een kortere termijn kunnen worden uitgevoerd.  De afspraken hieromtrent zijn concreet opgenomen in de concessie-overeenkomst.

Deze overeenkomst wordt echter enkel van kracht zodra er tevens een omgevingsvergunning is bekomen. Zonder vergunning kan er immers geen herontwikkeling gerealiseerd worden. 

3. Is de verontreiniging volledig onderzocht in het beschrijvend bodemonderzoek?

De omvang en de risico’s die uitgaan van bodemverontreinigingen worden onderzocht in beschrijvende bodemonderzoeken. Hiervoor nam De Vlaamse Waterweg als eigenaar en saneringsplichtige het initiatief. Op het terrein van de voormalige cokesfabriek zijn er verschillende beschrijvende bodemonderzoeken uitgevoerd die hebben geleid tot een goede kennis waar elke verontreiniging voorkomt. Voor de verschillende verontreinigende stofgroepen zijn plannen gemaakt die aangeven hoe groot de vlekken zijn waarin verhoogde concentraties voorkomen.

Deze beschrijvende bodemonderzoeken zijn door de OVAM goedgekeurd. De kennis van de verontreiniging is voldoende om de volgende stap te zetten, het opmaken van bodemsaneringsprojecten waarin bestudeerd wordt hoe de verontreiniging best gesaneerd wordt.

Deze beschrijvende bodemonderzoeken beperken zich niet tot de verontreiniging die op de percelen van de oude cokesfabriek aanwezig is. De verontreiniging wordt vanaf de bron volledig afgeperkt, niet alleen in de diepte maar ook horizontaal. Er wordt dus verder gekeken dan de perceelsgrenzen van de bronpercelen op het voormalig Cokeries-terrein. Ook de verontreiniging die op de bronpercelen ontstaan is maar zich dan verder buiten de bronpercelen verspreid heeft wordt mee in kaart gebracht en valt onder de saneringsplicht van De Vlaamse Waterweg. Dit betekent bijvoorbeeld dat de aanpak van de verontreiniging die zich met het grondwater ondergronds mee verplaatst heeft alsook de verontreiniging die van het terrein afgestroomd is in de omliggende grachten, ook onder de verantwoordelijkheid van De Vlaamse Waterweg valt. 

4. Hoe ver reikt de verontreiniging? 

De uitbating van een cokesfabriek leidt tot twee belangrijke soorten afvalproducten, die elk aanleiding kunnen geven tot een specifieke bodemverontreiniging met een specifiek risico en gedrag. Het betreft enerzijds teer en anderzijds cyaniden. 

Teerverontreinigingen geven aanleiding tot een verontreiniging met stoffen zoals minerale olie, vluchtige aromaten (waaronder benzeen) en PAK’s (waaronder naftaleen). Deze stoffen worden door de bodem tegengehouden en ze zijn, afhankelijk van de stof, in meerdere of mindere mate biologisch afbreekbaar. Hierdoor zijn deze stoffen minder mobiel in de bodem, hun verspreiding wordt dus vertraagd en worden ze op minder grote afstand van de bronzone aangetroffen. 

Voor de teergerelateerde stoffen is er daarom slechts in beperkte mate een verspreiding buiten het terrein van de voormalige cokesfabriek merkbaar. Er is een verspreiding buiten de grenzen van het voormalig Cokeries-terrein gemeten ten zuiden van de site, aan de ingang van het terrein aan de Eppegemsesteenweg. De verspreiding van deze stoffen ter hoogte van de Eppegemsesteenweg verloopt op grotere diepte, zodat er op die plaats geen contact met de verontreiniging kan optreden zolang het grondwater niet wordt opgepompt.

De cyaniden worden slechts zeer beperkt door de bodem tegengehouden en breken biologisch quasi niet af. Ze verspreiden zich dan ook gemakkelijker in de richting van de grondwaterstroming. 
Voor cyaniden is een omvangrijke verontreiniging in het grondwater buiten de grens van het voormalige Cokeries-terrein vastgesteld (zie kaartje op deze webpagina). De cyaniden zijn echter in tegenstelling tot een aantal van de stoffen die in teer worden aangetroffen, niet vluchtig, ze dampen dus niet uit. Hierdoor is het risico op contact met cyaniden kleiner. Er kan geen contact met de verontreiniging optreden zolang het grondwater niet wordt opgepompt. 

5. Wat betekent het aantreffen van teer ter hoogte van de kelders van omliggende woningen? 

Teer als product zelf is in de bodem weinig tot niet mobiel. Het is daarom niet mogelijk dat de teer die in de bodem op het terrein van de cokesfabriek is aangetroffen doorheen de bodem zou migreren naar de plaats waar in de Gaston Devoswijk ter hoogte van de kelders teer als puur product is aangetroffen. De hypothese dat deze aanwezigheid van teer een gevolg is van verspreiding vanaf het terrein van de cokesfabriek kan uitgesloten worden. Mocht dat wel zo zijn zou dit bij het uitvoeren van boringen op het traject tussen de cokesfabriek en deze kelders in de beschrijvende bodemonderzoeken eveneens vastgesteld zijn. Het is eerder de verwachting dat deze teer is aangebracht bij de bouw van de woningen.

Het is hierbij nog belangrijk om op te merken dat de stoffen die we meten in het grondwater de stoffen zijn die uit de teer zijn vrijgekomen, en niet teer als product zelf. We verwijzen ook naar de uitleg bij de vraag “Hoe ver reikt de verontreiniging?”

6. Heeft de verontreiniging invloed op de waterwinning Katte-Meuterbos? 

Het voormalige Total-terrein en het noordelijk deel van de verontreinigingspluim van de cyaniden ligt in de beschermingszone van de drinkwaterwinning Katte-Meuterbos, die ten noorden van het terrein gelegen is. In de opeenvolgende onderzoeken is echter gebleken dat de verontreiniging die in het grondwater terecht gekomen is, zich niet in noordelijke richting verspreidt. De verontreiniging verspreidt zich eerder in oostelijke en zuidelijke richting. Hierdoor is aangetoond dat de drinkwaterwinning niet bedreigd wordt.

7. Hoe volledig is de sanering?

De bodemverontreiniging die door de activiteiten van de Cokeries is ontstaan is historisch van aard. Volgens het Bodemdecreet moet voor een historische verontreiniging overgegaan worden tot sanering als er risico van uitgaat. Die risicobeoordeling is een onderdeel van het beschrijvend bodemonderzoek. De doelstelling van deze sanering is dan dat het risico dat uitgaat van de verontreiniging dient te worden weggenomen. 

Het risico dat uitgaat van een verontreiniging is uiteraard sterk afhankelijk van het gebruik van het terrein en de bodem. Zo zal een bodemverontreiniging voor een terrein met een industriële toepassing minder snel een risico opleveren dan wanneer er bijvoorbeeld groenten op gekweekt worden. Daarmee wordt dus rekening gehouden bij de risicobeoordeling. Daarom worden er voor elke bodemsanering specifieke waarden opgesteld en wordt bepaald tot op welk niveau de sanering dient te worden uitgevoerd. Dit betekent dan ook dat na een sanering niet zonder meer elk terreingebruik mogelijk is, er wordt immers gesaneerd tot de risico’s voor het concrete beoogde terreingebruik zijn weggewerkt. Dat betekent dus ook dat de historische verontreiniging nooit volledig zal opgeruimd worden maar wel tot een aanvaardbaar niveau wordt teruggebracht.

8. Wat is de impact van de verontreiniging op de percelen van de omwonenden?

Wanneer een bodemverontreiniging speciale aandacht verdient, worden bij de opmaak van het beschrijvend bodemonderzoek “gebruiksadviezen” geformuleerd. De OVAM informeert de betrokkenen van de percelen in kwestie hiervan per brief. Voor de verontreiniging van de voormalige Cokeries betekent dit vooral dat het grondwater waarin verontreinigende stoffen zitten best niet wordt opgepompt en gebruikt. Er gaat geen risico uit van de verontreiniging indien deze gebruiksadviezen worden gevolgd. 

Wanneer een bodemsaneringsproject wordt opgemaakt, zoals voor de vijverzone, wordt dit beoordeeld door de OVAM. De eigenaars van de terreinen waar daadwerkelijk werken zullen plaatshebben, worden in de beoordelingsperiode per brief op de hoogte gebracht. In het geval van de op stapel staande saneringen zal er voornamelijk op het voormalige Cokeries terrein worden gesaneerd. De impact van de werken wordt voor de omwonenden zo beperkt mogelijk gehouden. Tijdens de werken wordt nauwlettend gecontroleerd dat de werken geen schadelijke blootstelling aan de verontreinigende stoffen veroorzaakt. Hiervoor zal een erkend bodemsaneringsdeskundige de werken permanent opvolgen.

Laatste nieuws

Top