Laatste update: 16 februari 2026

De activiteiten van de voormalige cokesfabriek ‘Cokeries du Brabant’ vervuilden de grond en het grondwater van de site en de nabije omgeving. De sanering van de verontreiniging ontstaan door de cokesfabriek, loopt in verschillende fases. Alle details hierover vind je steeds terug op deze pagina.

Zijn hiermee nog niet al je vragen beantwoord, ga dan eens kijken in de rubriek “Vraag & Antwoord”.  

Algemene informatie

Op het terrein bevond zich tot begin van de jaren 1970 een cokesfabriek, ook wel gekend als ‘Cokeries du Brabant’. In 1969 heeft de rechtsvoorganger van De Vlaamse Waterweg nv het terrein gekocht. Tussen 1971 en 1975 werden de installaties en gebouwen van de cokesfabriek afgebroken. Daarna werd het terrein in gebruik genomen door andere bedrijvigheden. De Vlaamse Waterweg nv is nog steeds eigenaar van het terrein.

De hoofdactiviteiten van de cokesfabriek waren gevestigd op de percelen waar nu Caterpillar en Saint-Gobain Weber liggen. Het noordelijke terreindeel werd voornamelijk gebruikt voor de opslag van steenkool en de geproduceerde cokes.

De jarenlange activiteiten van de cokesfabriek verontreinigden de bodem van het terrein met o.a. teer en cyaniden, alsook het grondwater tot buiten het terrein.

De historische verontreiniging in de grond en het grondwater ontstaan door de cokesfabriek is uitgebreid onderzocht door staalnames en bestudeerd in verschillende rapporten. We weten dat de verontreiniging in het grondwater zich in oostelijke richting verspreidde tot onder de aanpalende Gaston Devoswijk en verder tot onder de landbouwgronden. De vervuiling is nog niet verspreid tot aan het natuurgebied dat nog verder in het oosten ligt.

De verontreiniging heeft bij normaal gebruik van de terreinen en de omliggende percelen geen gevolgen voor de gezondheid. Echter, is het niet toegelaten om grondwater op te pompen in de omgeving van de voormalige fabriek en mag je het grondwater niet gebruiken als drinkwater voor mens of dier of om gewassen te besproeien.

De verontreiniging is van die aard dat een sanering verplicht is. De volledige sanering van de verontreiniging ontstaan door de cokesfabriek, loopt in verschillende fases. Voor elke fase wordt een bodemsaneringsproject opgemaakt waarin bestudeerd wordt wat de meest geschikte techniek is om de verontreiniging aan te pakken. 

De OVAM verleende op 23 juli 2021 het conformiteitsattest voor het gefaseerd bodemsaneringsproject voor de vijverzone. De eerste fase van de saneringswerken in de vijverzone zijn in opdracht van De Vlaamse Waterweg nv gestart in de zomer van 2022 en werden afgerond  in juni 2023. De tweede fase is voorzien na een pauze van minstens 3 jaar.

De OVAM verleende op 10 oktober 2022 het conformiteitsattest voor het gefaseerd bodemsaneringsproject voor het noordelijk deel van de site (het voormalige Total-terrein). Deze saneringswerken, in opdracht van de nieuwe concessiehouder WDP-Montea, zijn gestart in het voorjaar van 2023 en werden afgerond in het najaar van 2024. 

De OVAM verleende op 7 oktober 2022 het conformiteitsattest voor het gefaseerd bodemsaneringsproject voor de omliggende grachten. Deze saneringswerken worden in opdracht van de nieuwe concessiehouder uitgevoerd. Het oostelijk grachtenstelsel is gesaneerd in 2023. De sanering van de zuidelijke gracht, zijnde de Maalbeek, staat even on hold omwille van bijkomend onderzoek. 

De toestand van de verontreiniging op het zuidelijk deel van de site wordt opgevolgd. Een actieve sanering is pas mogelijk nadat de activiteiten van de aanwezige bedrijven beëindigd worden.

Cokeries

De site waar de verontreiniging ontstond, ligt ten noorden van het centrum van Grimbergen, tussen de Oostvaartdijk en de Eppegemsesteenweg, ter hoogte van de Verbrande Brug. Dit industriegebied ligt aan de rechteroever van het Zeekanaal Brussel-Schelde (kant Oostvaartdijk) en valt net binnen de grenzen van de gemeente Grimbergen.

Op het zuidelijk deel van het terrein is de voormalige exploitatie van DHL en Coffral in 2014 herontwikkeld. In de vernieuwde gebouwen en op het nieuw aangelegde terrein is nu Caterpillar actief. Op het terrein ernaast langs het kanaal bevindt zich Saint-Gobain-Weber, voorheen Beamix. Tussen het Caterpillar-terrein en de Gaston Devoswijk ligt nog een groene bufferzone met een vijver.

Algemene informatie

Op het terrein bevond zich tot begin van de jaren 1970 een cokesfabriek, ook wel gekend als ‘Cokeries du Brabant’. In 1969 heeft de rechtsvoorganger van De Vlaamse Waterweg nv het terrein gekocht. Tussen 1971 en 1975 werden de installaties en gebouwen van de cokesfabriek afgebroken. Daarna werd het terrein in gebruik genomen door andere bedrijvigheden. De Vlaamse Waterweg nv is nog steeds eigenaar van het terrein.

De hoofdactiviteiten van de cokesfabriek waren gevestigd op de percelen waar nu Caterpillar en Saint-Gobain Weber liggen. Het noordelijke terreindeel werd voornamelijk gebruikt voor de opslag van steenkool en de geproduceerde cokes.

De jarenlange activiteiten van de cokesfabriek verontreinigden de bodem van het terrein met o.a. teer en cyaniden, alsook het grondwater tot buiten het terrein.

De historische verontreiniging in de grond en het grondwater ontstaan door de cokesfabriek is uitgebreid onderzocht door staalnames en bestudeerd in verschillende rapporten. We weten dat de verontreiniging in het grondwater zich in oostelijke richting verspreidde tot onder de aanpalende Gaston Devoswijk en verder tot onder de landbouwgronden. De vervuiling is nog niet verspreid tot aan het natuurgebied dat nog verder in het oosten ligt.

De verontreiniging heeft bij normaal gebruik van de terreinen en de omliggende percelen geen gevolgen voor de gezondheid. Echter, is het niet toegelaten om grondwater op te pompen in de omgeving van de voormalige fabriek en mag je het grondwater niet gebruiken als drinkwater voor mens of dier of om gewassen te besproeien.

De verontreiniging is van die aard dat een sanering verplicht is. De volledige sanering van de verontreiniging ontstaan door de cokesfabriek, loopt in verschillende fases. Voor elke fase wordt een bodemsaneringsproject opgemaakt waarin bestudeerd wordt wat de meest geschikte techniek is om de verontreiniging aan te pakken. 

De OVAM verleende op 23 juli 2021 het conformiteitsattest voor het gefaseerd bodemsaneringsproject voor de vijverzone. De eerste fase van de saneringswerken in de vijverzone zijn in opdracht van De Vlaamse Waterweg nv gestart in de zomer van 2022 en werden afgerond  in juni 2023. De tweede fase is voorzien na een pauze van minstens 3 jaar.

De OVAM verleende op 10 oktober 2022 het conformiteitsattest voor het gefaseerd bodemsaneringsproject voor het noordelijk deel van de site (het voormalige Total-terrein). Deze saneringswerken, in opdracht van de nieuwe concessiehouder WDP-Montea, zijn gestart in het voorjaar van 2023 en werden afgerond in het najaar van 2024. 

De OVAM verleende op 7 oktober 2022 het conformiteitsattest voor het gefaseerd bodemsaneringsproject voor de omliggende grachten. Deze saneringswerken worden in opdracht van de nieuwe concessiehouder uitgevoerd. Het oostelijk grachtenstelsel is gesaneerd in 2023. De sanering van de zuidelijke gracht, zijnde de Maalbeek, staat even on hold omwille van bijkomend onderzoek. 

De toestand van de verontreiniging op het zuidelijk deel van de site wordt opgevolgd. Een actieve sanering is pas mogelijk nadat de activiteiten van de aanwezige bedrijven beëindigd worden.

Cokeries

De site waar de verontreiniging ontstond, ligt ten noorden van het centrum van Grimbergen, tussen de Oostvaartdijk en de Eppegemsesteenweg, ter hoogte van de Verbrande Brug. Dit industriegebied ligt aan de rechteroever van het Zeekanaal Brussel-Schelde (kant Oostvaartdijk) en valt net binnen de grenzen van de gemeente Grimbergen.

Op het zuidelijk deel van het terrein is de voormalige exploitatie van DHL en Coffral in 2014 herontwikkeld. In de vernieuwde gebouwen en op het nieuw aangelegde terrein is nu Caterpillar actief. Op het terrein ernaast langs het kanaal bevindt zich Saint-Gobain-Weber, voorheen Beamix. Tussen het Caterpillar-terrein en de Gaston Devoswijk ligt nog een groene bufferzone met een vijver.

UPDATE - FEBRUARI 2026

Tijdens de saneringswerken op het noordelijk deelterrein werd een PFAS-verontreiniging aangetroffen. De oorzaak ligt bij het brandblusschuim dat op de olieopslagplaats van TOTAL aanwezig was en gebruikt werd voor o.a. brandblusoefeningen. De sanering heeft de bron uit de grond verwijderd, maar een deel van de PFAS verplaatste zich eerder al via het grondwater en via de lucht. Daardoor kwamen PFAS terecht buiten de grenzen van de site. Om de omvang en het risico daarvan te bepalen is nog verder onderzoek lopende. In afwachting daarvan en uit voorzorg, zijn er in de omgeving van de site no regret-maatregelen voor PFAS opgelegd.
 

HISTORIEK VAN HET TERREIN

KASTEELDOMEIN WERD COKESFABRIEK

Op het terrein bevond zich tot begin van de jaren 1970 een cokesfabriek. Deze fabriek, ook wel gekend als ‘Cokeries du Brabant’, zette steenkool om in cokes en gas. De cokes werden geproduceerd om te gebruiken bij de productie van staal. Het gas kon worden gebruikt voor verlichting en verwarming.

De hoofdactiviteiten van de cokesfabriek waren gevestigd op de percelen waar nu Caterpillar en Saint-Gobain Weber liggen. Het noordelijke terreindeel werd voornamelijk gebruikt voor de opslag van steenkool en de geproduceerde cokes.

VAN STEENKOOL NAAR COKES

De steenkool werd verhit tot een temperatuur van 1000 °C en zo omgevormd tot cokes. De cokes werden vervolgens afgekoeld met koelwater en opgeslagen in het cokespark.

De gassen en dampen, die vrijkwamen uit de verhitte kolen, werden opgevangen en gereinigd. Ook het koelwater werd gereinigd. Deze reinigingstappen leverden heel wat bij- en afvalproducten op. De belangrijkste zijn enerzijds teer als restproduct na de verwarming van de steenkolen en anderzijds ijzeraarde dat is gebruikt voor de zuivering van de gassen.

In teer zitten verontreinigende stoffen zoals PAK’s (bijvoorbeeld naftaleen), minerale olie en vluchtige aromaten (zoals benzeen). In de ijzeraarde werden de cyanides uit de gassen opgevangen. Cyanides zijn namelijk in hoge concentraties in de ijzeraarde aanwezig. De aanwezige cyanides zijn wel chemisch gebonden in complexen. Hierdoor zijn ze stabiel en minder toxisch dan de gevaarlijkere vrije cyanides. Deze restproducten vind je terug op vele cokes- en gasfabrieken en geven tegenwoordig bij de herontwikkeling van zo’n terreinen aanleiding tot een bodemsanering.

AFBRAAK COKESFABRIEK

In 1969 heeft de rechtsvoorganger van De Vlaamse Waterweg nv het terrein gekocht. Tussen 1971 en 1975 werden uiteindelijk de installaties van de cokesfabriek afgebroken.

Op het noordelijke terreindeel vestigde Total zich in 1976 voor de uitbating van een grote opslagplaats van brandstoffen (gassen en olie). Er was ook infrastructuur voor het laden en lossen van tankschepen en een laadplaats voor tankwagens. In 2006 werd deze exploitatie stopgezet en werden de installaties afgebroken. Enkel de verhardingen zijn nog aanwezig. Sindsdien is dit terreindeel niet meer in gebruik.

Het zuidelijk terreindeel wordt sinds 1979 tot op heden gebruikt voor industriële activiteiten, voornamelijk opslag en distributie, en is grotendeels verhard en bebouwd.

COKESFABRIEK VERVUILDE GROND EN GRONDWATER

De jarenlange activiteiten van de cokesfabriek verontreinigden de bodem van het terrein. De verontreiniging in de grond en het grondwater ontstaan door de cokesfabriek is uitgebreid onderzocht door staalnames en bestudeerd in verschillende rapporten. In 2012 maakten we een beschrijvend bodemonderzoek op voor de hele site. Dit verfijnden we in aanvullende beschrijvende bodemonderzoeken in 2017 en 2019.

We keken ook naar de impact van de latere terreingebruikers op de bodem. Vooral de exploitatie van Total na de cokesfabriek veroorzaakte bijkomende verontreiniging van minerale olie in de bodem. Ook die bestudeerden we in een beschrijvend bodemonderzoek in 2014. Die vervuiling wordt samen met de andere verontreinigingen op dit terreindeel gesaneerd.

De beschrijvende bodemonderzoeken bestudeerden naast het afperken van de verontreiniging ook het risico ervan. Modelmatige berekeningen en uitgevoerde metingen in de omgevingslucht toonden aan dat de aanwezige verontreinigingen geen toxicologisch risico inhouden bij het huidige gebruik van de terreinen. De verontreiniging houdt dan ook geen risico’s in voor de gezondheid.

Hieronder wordt de verontreiniging nader uitgelegd.

VERONTREINIGING DOOR TEER

Plaatselijk drong het teer in de grond. Teer kan naar beneden zakken tot ver onder de grondwatertafel. De verontreinigende stoffen in teer kunnen zich verder verspreiden doordat ze met het grondwater mee stromen. De verontreinigende stoffen in teer blijven echter plakken aan de grond en kunnen ook op natuurlijke wijze, met behulp van de aanwezige bacteriën in de bodem, worden afgebroken. Daarom stelden we een verspreiding van deze stoffen buiten het voormalige terrein van de cokesfabriek slechts beperkt vast.

VERVUILING DOOR IJZERAARDE

De aanwezige ijzeraarde werd op de site achtergelaten en wordt over een grote oppervlakte van de voormalige cokesfabriek vermengd met de bodem aangetroffen. De erin aanwezige gecomplexeerde cyanides kunnen makkelijk uitspoelen. In tegenstelling tot de stoffen die in teer aanwezig zijn, ‘plakken’ de cyanides amper aan de bodemdeeltjes. Ze worden ook nauwelijks op natuurlijke wijze afgebroken. Daardoor neemt het grondwater deze cyanides makkelijk mee. Hierdoor zijn er in de stromingsrichting van het grondwater ten oosten van de voormalige Cokeries site over een grote oppervlakte gecomplexeerde cyanides in het grondwater aanwezig.

GEBRUIKSADVIEZEN

Om het veilig gebruik van het terrein te kunnen garanderen, formuleerden we op basis van het uitgevoerde onderzoek een aantal ‘gebruiksadviezen’. Zo mag je in de omgeving van de voormalige fabriek het grondwater niet oppompen en niet gebruiken als drinkwater voor mens of dier of om gewassen te besproeien. Deze vervuiling van de cokesfabriek vormt echter geen risico bij normaal gebruik van het terrein en de omliggende percelen.

De gebruiksadviezen zijn terug te vinden op de bodemattesten van de betrokken percelen. 

OOK TOTAL VERVUILDE GROND EN GRONDWATER

VERONTREINIGING DOOR MINERALE OLIE

Door lekken en morsverliezen zijn er tijdens de activiteiten van Total ter hoogte van de voormalige tankenopslag en de voormalige laadkaai ook minerale olie en vluchtige aromaten in de bodem en het grondwater terechtgekomen. Ook deze componenten blijven in belangrijke mate ‘plakken’ aan de grond. Bovendien blijft olie drijven op het grondwater en lost deze slechts erg moeilijk op in het grondwater. Ook hier stelden we nauwelijks een verspreiding van deze stoffen buiten het voormalige terrein van de cokesfabriek vast.

VERONTREINIGING DOOR PFAS

De olieopslagplaats van TOTAL was voorzien van een schuiminstallatie voor het blussen van brand. Hiermee werden ook brandblusoefeningen op de site georganiseerd. Het brandblusschuim uit die periode bevatte PFAS. Dat is de afkorting voor per- en polyfluoralkylstoffen. Het zijn door de mens gemaakte stoffen die heel moeilijk afbreken en goed wateroplosbaar zijn. Op lange termijn kunnen ze een risico vormen voor onze gezondheid en het milieu. 

Het gebruik van het blusschuim veroorzaakte een verontreiniging met PFAS in de grond die zich tot buiten de grenzen van de site verspreid heeft in het grondwater en ook, in mindere mate, via de lucht. 

OPSTART BODEMSANERINGSPROJECT

VERVUILDE ZONES IN KAART GEBRACHT

De verontreiniging afkomstig van de site verspreidde zich in oostelijke richting tot onder de aanpalende Gaston Devoswijk en verder tot onder de landbouwgronden. De vervuiling verspreidde zich nog niet tot aan het natuurgebied dat nog verder in het oosten ligt. Op de kaart hieronder kan je zien waar de verontreinigingen zich bevinden.

Cokeries
WAAROM IS EEN BODEMSANERING NOODZAKELIJK?

Doordat de verontreiniging voorkomt in dermate hoge concentraties, vervuilt deze nog zeer lange tijd het grondwater. Daarom is een bodemsanering noodzakelijk. Voor de cyanides is de aanpak prioritair. Aangezien deze verontreiniging door niks wordt vertraagd in de bodem en ook niet op natuurlijke wijze wordt afgebroken, vormt de verspreiding ervan op zich een risico. Indien we de verspreiding niet stoppen, worden steeds grotere volumes grondwater verontreinigd.

In het slib van de grachten ten (zuid)oosten van de site zijn verhoogde concentraties aan complexe cyanides gemeten. Dit slib is door de jaren met het water vanaf het Cokeries-terrein meegevoerd en heeft zich in de grachten afgezet. De cyanides in het slib zorgen ook voor aanwezigheid van cyanides in het water van de grachten. Deze verhoogde concentraties houden bij het huidige gebruik geen risico in voor de gezondheid. Ook niet door het eten van de eventueel geteelde gewassen of voor de dieren op de weiden. Maar de verspreiding van de verontreiniging via de beken en grachten, zeker in de richting van het natuurgebied, moeten we absoluut voorkomen. Daarom saneren we ook het slib in de grachten.

BODEMSANERINGSPROJECT IN FASEN

Door de huidige activiteiten op de site van Caterpillar en Saint-Gobain Weber kunnen we niet alle verontreinigingen in één keer aanpakken. Het grootste deel ervan bevindt zich binnen de omtrek van het oude fabrieksterrein, maar verspreidt zich slechts traag. Hierdoor saneren we een deel van de verontreinigingen op een later tijdstip.

Met de beschikbare onderzoeksgegevens stelden we  de eerste bodemsaneringsprojecten op voor delen van de verontreinigingen. Een bodemsaneringsproject bestudeert de meest geschikte techniek om de verontreiniging aan te pakken. Vervolgens is een goedgekeurd bodemsaneringsproject een vergunning voor de uitvoering van de saneringswerken.

Tot slot blijven we de verontreiniging nauw opvolgen, zolang er nog geen bodemsanering is uitgevoerd voor alle aanwezige verontreinigde vlekken.

Hieronder vind je een overzicht per terreingedeelte terug.

SANERINGSWERKEN VIJVERZONE

De verontreiniging met cyanides in het grondwater is het sterkst in de vijverzone. In deze zone is dus een bron van cyanideverontreiniging aanwezig. Bijkomend bodemonderzoek in en rond de vijver toonde aan dat in de grond rond en vooral ten noorden van de vijver grote hoeveelheden cyanides zitten. Deze zone is niet verhard en verdere uitspoeling van cyanides in deze zone is dan ook zeer waarschijnlijk. Gezien de omvang van de verontreiniging met cyanides in het grondwater, is het van groot belang om elke mogelijke bijkomende verontreiniging te vermijden. De grond in de vijverzone wordt dan ook prioritair gesaneerd.

SANERING GROND

De vijver is een broedplaats voor dieren. Om de aanwezige dieren altijd een geschikte leefomgeving te geven, gebeuren de werken aan de vijver in twee grote fases.

  • Fase 1: zomer 2022 – voorjaar 2023
    • Als voorbereiding op de graafwerken werd de begroeiing in de noordelijke helft van de vijverzone verwijderd, bouwden we een dam in het midden van de vijver en pompten we de noordelijke helft van de vijver leeg. We deden dit op een moment dat het voortplantingsseizoen van de dieren niet stoort.
    • We hebben de grond rond het noordelijke deel van de vijver weggegraven, tijdelijk ter plaatse op het noordelijk deelterrein gestockeerd, voorbehandeld en afgevoerdnaar een stortplaats wegens niet-reinigbaar.
    • Het terrein en de vijver legden we daarna grotendeels terug aan zoals het was voor de graafwerken. De dam werd in het midden onderbroken om de vijverdelen weer te verbinden.

Deze werken werden succesvol uitgevoerd door DEME Environmental, een aannemer gespecialiseerd in bodemsaneringswerken.

  • Fase 2: 3 à 5 jaar later
    • Na de sanering en aanplant van bomen en struiken in het noordelijk deel van de vijverzone laten we de natuur een tijdje haar gang gaan zodat dit deel opnieuw een plek wordt waar kikkers, padden en salamanders zich thuis voelen. Pas daarna kunnen we starten met de sanering van het zuidelijk deel van de vijver. We voorzien dit momenteel ten vroegste in 2028. De werken zijn hier minder omvangrijk, het volume te ontgraven grond is kleiner. 
SANEREN VERVUILD GRONDWATER 

Als de bron van de cyanideverontreiniging in de grond is verwijderd, blijft in het grondwater nog steeds een aanzienlijke hoeveelheid cyanide aanwezig. De sanering van deze grondwaterverontreiniging is technisch niet vanzelfsprekend en vergt nog bijkomende studie om de optimale methode voor deze sanering te selecteren. Ondertussen wordt ook geëvalueerd, hoe groot het positief effect zal zijn van de ontgraving van de grond aan de vijver.

Zodra het effect van de verwijdering van de bron van de verontreiniging in de grond duidelijk is en de efficiëntie van de verschillende saneringsmethodes is bestudeerd, wordt de aanpak voor het grondwater in de vijverzone en daarbuiten bepaald.

SANERINGSWERKEN ZUIDELIJK DEELTERREIN: CATERPILLAR – SAINT-GOBAIN WEBER 

Dit terrein is bijna volledig verhard en over een groot deel van het terrein worden activiteiten uitgevoerd die voor de werking van Caterpillar en Weber van groot belang zijn. Hierdoor kunnen we geen verfijnend onderzoek doen dat in de aanloop van een sanering noodzakelijk is. De verontreiniging in de ondergrond is ook niet bereikbaar om te saneren. De afdekking van het terrein betekent evenwel dat de verontreiniging niet sterk kan uitspoelen. De uitgevoerde controles op de verspreiding van de verontreinigingen in het grondwater tonen aan dat de verontreiniging als stabiel kan worden beschouwd.

Een effectieve bodemsanering is pas mogelijk wanneer de activiteiten op dit terreindeel worden stopgezet en de mogelijkheid ontstaat om gebouwen en verharding te verwijderen. Dit wordt dus doorgeschoven naar de toekomst.

Dit kan natuurlijk enkel maar indien van deze verontreiniging geen acuut risico uitgaat. Daarom wordt het verspreidingsgedrag van de verontreiniging op dit terreindeel nauwlettend opgevolgd. Indien er ten gevolge van de bodemverontreiniging alsnog een risico optreedt, zullen maatregelen worden uitgewerkt om dit risico te beheersen in afwachting van de sanering. De belangrijkste opvolgingsmaatregel bestaat eruit dat de verspreiding van de verontreiniging in het grondwater periodiek wordt gemeten. Indien een ontoelaatbare verspreiding van de verontreiniging optreedt, zal worden opgetreden.

Hoe we deze monitoring op lange termijn willen aanpakken wordt beschreven in een bodemsaneringsproject voor het zuidelijk terreindeel, dat in 2026 wordt ingediend bij de OVAM voor goedkeuring.

SANERINGSWERKEN NOORDELIJK DEELTERREIN: EX-TOTAL 

Dit gedeelte krijgt een nieuwe invulling voor industriële activiteiten in de vorm van een watergebonden distributiecentrum. De Vlaamse Waterweg nv heeft hiervoor een overeenkomst afgesloten met de concessionaris WDP en Montea. In februari 2023 werd aan hen een omgevingsvergunning verleend voor de ontwikkeling van dit deelterrein. 

Voorafgaand aan de ingebruikname van dit terrein moest de sanering ervan worden uitgevoerd. Die saneringswerken werden, conform de afspraken in de concessieovereenkomst, uitgevoerd in opdracht van de concessionaris WDP en Montea. De sanering had tot doel om de risico’s van de aanwezige verontreinigingen weg te nemen om het terrein terug geschikt te maken voor een industrieel gebruik.

Deze werken zijn gestart in het voorjaar 2023. Hoofdzakelijk bestonden de saneringswerken uit het afgraven van de verontreinigde grond en het afval dat in de grond aanwezig was. Een deel van deze grond kreeg een voorbehandeling ter plaatse  vooraleer de grond kon afgevoerd worden naar een geschikte stortplaats. De werken zijn afgerond in het najaar van 2024 en de grond ligt nu klaar voor het bouwen van een watergebonden distributiecentrum door de concessionaris WDP en Montea.

Deze werken werden succesvol uitgevoerd door DEME Environmental, een aannemer gespecialiseerd in bodemsaneringswerken. 

NO REGRET-MAATREGELEN VOOR PFAS

Sinds 2021 is er in Vlaanderen een toenemende aandacht voor vervuiling door PFAS. Tijdens de saneringswerken kwam de aanwezigheid van PFAS in de bodem op dit deelterrein aan het licht. De verontreiniging in de grond was vermengd met de Cokeries-verontreiniging en werd weggegraven. De verspreiding van PFAS in het grondwater en op omliggende percelen wordt nog verder onderzocht.  In afwachting daarvan, zijn er in de omgeving van de site no regret-maatregelen voor PFAS opgelegd. Dat zijn maatregelen die vanuit het voorzorgsprincipe genomen worden (no regret = geen spijt). 

Buurtbewoners binnen de rode lijn (zie afbeelding onderaan) worden gevraagd om geen groenten en fruit uit eigen tuin te eten, om geen eieren en kleinvee van eigen kweek te eten, om contact met de grond te vermijden en om geen grondwater te gebruiken.

Buurtbewoners binnen de roze cirkel worden gevraagd om geen gebruik te maken van grondwater.

Deze maatregelen kunnen opgeheven, behouden of verstrengd worden nadat het onderzoek volledig is afgerond en de risico’s duidelijk in kaart zijn gebracht. Zodra hierover meer details gekend zijn, delen we hier meer informatie.

BROWNFIELDCONVENANT

Een brownfield is een geheel van verwaarloosde of onderbenutte gronden die zodanig zijn aangetast, dat zij slechts gebruikt of opnieuw kunnen worden gebruikt door middel van structurele maatregelen.

In december 2018 hebben WDP en Montea – op dat moment kandidaat-concessionaris – een aanvraag voor een “Brownfieldconvenant” ingediend. Dit betreft een instrument van de Vlaamse Regering om administratief-juridisch en eventueel financieel te helpen een complexe problematiek op te lossen die de herontwikkeling van zo’n brownfield belemmert.

Op 2 december 2022 werd brownfieldconvenant 204_Grimbergen_Cokeries du Brabant goedgekeurd door de Vlaamse Regering.

SANERINGSWERKEN GRACHTEN

De verontreiniging van het oostelijk grachtenstelsel staat in verband met de vervuiling van het noordelijk deelterrein. Dit betekent dat de concessionaris van het noordelijk terrein ook deze grachten heeft aangepakt. In 2023 werd het slib in deze grachten verwijderd en afgevoerd voor verwerking.

De verontreiniging in de zuidelijke gracht is nog niet verwijderd. Deze gracht is de Maalbeek, die stroomt van het terrein onder de Eppegemsesteenweg, langs de waterzuiveringsinstallatie richting de Tangebeek. De Maalbeek werd door de cokesfabriek gebruikt voor het lozen van afvalwater. De vervuiling in de Maalbeek is daarom ernstiger dan de overige grachten en er is bijkomend onderzoek nodig om te weten hoe deze sanering het best wordt aangepakt. Dat onderzoek loopt in opdracht van de Vlaamse Waterweg. Zodra hierover meer details gekend zijn, delen we hier meer informatie.

WIE IS WIE?

De Vlaamse Waterweg nv is eigenaar van het terrein en heeft het studiebureau Witteveen+Bos Belgium de opdracht gegeven om voor dit dossier op te treden als erkend bodemsaneringsdeskundige voor het opmaken van  bodemonderzoeken en bodemsaneringsprojecten.

De Vlaamse Waterweg stelde via een openbare aanbestedingsprocedure DEME Environmental aan als aannemer voor de saneringswerken in het noordelijk deel van de vijverzone.

De concessionaris voor het noordelijk deelterrein is WDP-Montea. Zij stelden DEME Environmental aan voor de uitvoering van de saneringswerken.

HEB JE NOG VRAGEN?

Stel ze via regio.centraal@vlaamsewaterweg.be.

Of neem een kijkje bij “Vraag & Antwoord”. 

Cokeries