Het ecosysteem van de Schelde en haar zijrivieren herstelt zich langzaam maar zeker. Ook de waterkwaliteit gaat erop vooruit. Veel nieuwe plant- en diersoorten vinden dan ook (opnieuw) hun weg hiernaartoe. Denk aan de bever en de otter die momenteel aan een mooie opmars bezig zijn. Jammer genoeg is ook de knijt terug van weggeweest. 

Foto van een knijt

De voorbije zomers zorgde het vervelende steekvliegje opvallend vaker voor overlast. Vooral rond slibrijke gebieden waar het ecosysteem nog niet in evenwicht is en de voedselpiramide nog niet is opgebouwd (en er dus weinig natuurlijke vijanden zijn) kunnen tijdelijk knijten voorkomen. 

We nemen tal van maatregelen op het terrein om de hinder te verminderen. Dat kan gaan van maatregelen om de kreekvorming in een gebied te verbeteren, tot het aanplanten van riet en het plaatsen van bestrijdingsvallen. Bepalen welke maatregel een positief effect kan hebben, is maatwerk. Dat hangt af van verschillende factoren zoals de ontwikkelingsfase waarin een gebied zich bevindt, de grootte en topografie van een gebied …

Om knijten beter te leren begrijpen en de effecten van onze maatregelen te meten loopt een uitgebreid onderzoeks- en monitoringsprogramma met wetenschappers van Universiteit Antwerpen (UA), het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN).