We beheren onze bermen op ecologische wijze. Dit wil zeggen dat we de biodiversiteit van fauna en flora zoveel mogelijk stimuleren. 

Het maaien van de bermen gebeurt in Vlaanderen conform het Bermbesluit van 27 juni 1984. Dit besluit verplicht openbare besturen om een ecologisch verantwoord beheer toe te passen op de bermen langs wegen en waterlopen. Het Bermbesluit voorziet in een voorjaars- en najaarsmaaibeurt.

Voor veel van onze rivieren en kanalen beschikken we over goedgekeurde bermbeheer- of groenbeheerplannen. Hierdoor zijn we in de mogelijkheid af te wijken van de data die zijn opgenomen in het Bermbesluit. Zo kunnen we ervoor zorgen dat de bermen in een betere ecologische toestand verkeren. Afwijking van de maaidata heeft als bijkomend voordeel dat we rekening kunnen houden met de specifieke vegetatie en met de insectenpopulaties, aanwezig op de rivier- en kanaalbermen.

Gras op een berm wordt gemaaid

Daarnaast is het belangrijk dat de veiligheid van de jaagpadgebruiker en de waterweg gewaarborgd blijft. Overhangende vegetatie op het jaagpad of vegetatie die verkeersborden onvoldoende zichtbaar maakt kan tot gevaarlijke situaties leiden. Daarom voeren we tussen 15 april en 15 juni ook een aantal veiligheidsmaaibeurten uit. Dit gebeurt enkel op locaties waar het nodig is om de veiligheid te garanderen.

Uitzonderingen op deze algemene benadering:

  • Erg waardevolle bermen kunnen opgenomen zijn in een systeem van gefaseerd maaibeheer. Het beheer van dergelijke stroken gebeurt in strikt overleg met het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB).
  • Bermstroken die deel uitmaken van belangrijke aanlegstroken voor de binnenvaart worden meermaals per jaar gemaaid om de veiligheid van de aanmerende binnenschippers te garanderen.
  • Kunstwerken (bruggen, duikers, grachten e.d.) worden zo veel mogelijk vegetatievrij gehouden. Deze kunnen dan ook meermaals per jaar gemaaid worden.

Schapenbegrazing

Op sommige locaties langs onze waterwegen kiezen we bewust voor schapenbegrazing als alternatief voor maaien. Deze natuurlijke vorm van beheer helpt ons om soortenrijke graslanden te behouden én onze dijken in goede staat te houden. Schapenbegrazing is naast een leuke aanblik dus ook deel van een doordacht beheer voor veilige, biodiverse en toekomstbestendige dijken.

Herder met schapen langs de Dijle

Stootbegrazing
Er zijn verschillende begrazingsmethodes zoals seizoenbegrazing, jaarrondbegrazing, stootbegrazing... Op de dijken langs de Schelde passen we stootbegrazing toe. De schapen begrazen gedurende een korte periode een afgebakend deel van de dijk. Daarna krijgen de planten enkele maanden rust om te regenereren, te bloeien en zaad te zetten. We simuleren als het ware een natuurlijke begrazing door een kudde met herder, wat zorgt voor een gezonde en gevarieerde vegetatie. De begrazingsperiode begint in maart-april, afhankelijk van de grasgroei, en kan doorgaan tot oktober-november. 

Verboden te voederen
Soortenrijke graslanden behouden hun karakter het best op voedselarme bodems. Daarom vragen we bezoekers om de schapen niet te voederen. Extra voeding verstoort het beheer en maakt het moeilijker om de gewenste vegetatie te behouden. Op de dijk vinden de schapen voldoende voedsel om zichzelf te onderhouden. Bovendien is heel wat voedsel, zoals brood, niet gezond voor schapen. Schapen zijn herkauwers met een gevoelig spijsverteringsstelsel dat afgestemd is op vezelrijk voedsel zoals gras en hooi. Voedsel zoals brood bevat te veel suikers en te weinig voedingsstoffen wat kan leiden tot gasophoping, verstoring van de darmflora en ernstige gezondheidsproblemen. 

Honden aan de lijn
Ook rust is van groot belang. Schapen die in alle rust kunnen grazen dragen optimaal bij aan het beheer van de dijk. Honden kunnen voor onrust zorgen en de kudde opjagen. Hou honden daarom steeds aan de leiband. 

Maai mei niet ... maar soms net wel!

Om de vele bermen langs wegen en waterlopen ecologischer te maken, passen we een gefaseerd maaibeheer toe. In de praktijk betekent dat later of net vroeger maaien, afhankelijk van de aanwezige vegetatie.

De campagne ‘Maai Mei Niet’ roept tuineigenaars op om in de maand mei niet of minder te maaien. Gazons waarin wilde bloemen mogen groeien, voorzien immers voedsel voor bestuivers zoals bijen en andere insecten. Ook de kilometers dijken langs de Vlaamse waterwegen kunnen de biodiversiteit een boost geven. Jammer genoeg zien we op dijktaluds vaak nog een grazige vegetatie zonder bloemen …

Met een doordacht bermbeheer én nieuwe groenbeheerplannen werken we aan soortenrijkere dijken. Een grasmat met een groot aantal bloemplanten is niet alleen ecologisch interessanter, maar ook veiliger: hoe meer bloemplanten, hoe beter het wortelgestel de bodem vasthoudt en hoe beter deze bestand is tegen water. Een mooi voorbeeld van een ecosysteemdienst! De doelen voor de grasmat op een dijk zijn dus een beetje anders dan die in een tuin. Daar moeten we in ons beheer rekening mee houden.

In de praktijk betekent dit dat we het tijdstip van maaien aanpassen aan de aanwezige vegetatie. Is de grasmat al voldoende soortenrijk? Dan kan er laat worden gemaaid, zelfs ruim na 15 juni. Is de grasmat nog niet of weinig soortenrijk? Dan is een vroege maaibeurt vanaf midden mei aangewezen. De reden hiervoor is dat vroeg maaien de bodem verarmt, en bloemrijk grasland ontwikkelt zich nu eenmaal beter op een bodem die arm is aan voedingsstoffen. 

Om vroeger te mogen maaien, is een afwijking op het Bermbesluit verkregen bij het Agentschap voor Natuur en Bos. Hebben we na enkele jaren vroeger maaien de doelvegetatie bereikt? Dan schakelen we over op een faunavriendelijk maaibeheer, waar het maaien weer wat langer kan wachten. De bloemplanten die dan aanwezig zijn, kunnen de insecten van voedsel en onderdak voorzien. 

Tot slot voeren we tussen 15 april en 15 juni ook een jaarlijkse veiligheidsmaaibeurt uit op locaties waar dit nodig is. Oftewel, waar overhangende planten het jaagpad of het zicht op verkeersborden belemmeren. Om potentieel gevaarlijke situaties te vermijden, maaien we dan een smalle strook begroeiing vlak naast de weg.