Het beschrijvend bodemonderzoek dat De Vlaamse Waterweg nv liet opmaken voor het eiland in Sint-Joris en omgeving, is ingediend bij de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij OVAM. Die heeft nu 60 dagen de tijd om het conform te verklaren. Als dat gebeurt, kan het Agentschap Zorg en Gezondheid de opgelegde voorzorgsmaatregelen voor de aanwezige PFAS aanpassen.
Het beschrijvend bodemonderzoek (BBO) is opgemaakt na de vaststelling dat er op de terreinen van de vergunde stortplaats voor baggerslib verhoogde waarden voor de aanwezigheid met PFAS waren vastgesteld. De Vlaamse Waterweg nv beschikt over een vergunning om op een deel van het eiland aan slibverwerking en zandontginning te doen. De lopende vergunning loopt tot 15 januari 2030. De waterwegbeheerder wenst de vergunning over te dragen aan een concessiehouder die gespecialiseerd is in slibverwerking. Verdere verspreiding van de verontreiniging wordt in elk geval vermeden.
Een onafhankelijke expert heeft het beschrijvend onderzoek uitgevoerd. Het is gebaseerd op uitvoerig veldwerk. Zoals het Bodemdecreet voorschrijft, werd onder meer gekeken naar de aanwezigheid van PFAS in de grond op de verschillende percelen op het eiland, in het grondwater onder en in de buurt van het eiland, in het oppervlaktewater (kanaal en kanaalarm) en op de waterbodem. Daarbij werd onderzocht welke risico’s er zijn voor de mens, andere organismen, de landbouwactiviteiten en het risico op verdere verspreiding via het grondwater.