Beheerplan Boven-Zeeschelde

De Vlaamse Waterweg nv werkt volop aan een integraal plan voor de Boven-Zeeschelde. Dat is het deel van de Schelde tussen Gentbrugge en de monding van de Rupel in Rupelmonde en Bornem. De Vlaamse Waterweg nv wil er een duurzaam evenwicht creëren tussen alle functies van de rivier: bevaarbaarheid, recreatie en natuurontwikkeling. Tegelijk moet de veiligheid tegen overstromingen van de omgeving verzekerd blijven.

De Vlaamse Waterweg nv wil de Boven-Zeeschelde zo ontwikkelen dat al haar functies ten volle worden benut. Daarom wordt gewerkt aan een integraal plan, dat de bevaarbaarheid van dit deel van de Schelde bevordert, maar ook  het ecologisch functioneren van de rivier verbeterd terwijl de veiligheid van de omgeving tegen overstromingen zoals is uitgewerkt in het geactualiseerde Sigmaplan (koppeling invoegen) in het gedrang brengt. Door die verschillende uitgangspunten al in het prille onderzoek op te nemen, ontwikkelen we een veelzijdig, kostenefficiënt plan waar heel wat gebruikers en stakeholders bij gebaat zijn. Heel wat organisaties worden betrokken bij de opmaak van het plan: de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie, het Agentschap voor Natuur en Bos, de havens van Antwerpen en Gent, Ruimte Vlaanderen, Afdeling Maritieme Toegang, Natuurpunt, de natuurvereniging vzw Durme, Promotie Binnenvaart Vlaanderen …


Waarover gaat het?

De Europese Unie rust haar netwerk van waterwegen beter uit voor de binnenvaart, een milieuvriendelijker alternatief voor goederenvervoer over de weg. Daarom worden onder meer de Seine en Schelde beter met elkaar verbonden, zodat grote vrachten rechtstreeks tussen Parijs, Antwerpen en Rotterdam kunnen worden vervoerd. Het aantal vervuilende vrachtwagenritten zal aanzienlijk afnemen, en de scheepvaart tussen Frankrijk, Vlaanderen en Nederland sterk stijgen.

Om een te grote drukte op het Kanaal Gent-Terneuzen en in de Westerschelde te voorkomen, zou ook de Boven-Zeeschelde beter bevaarbaar moeten zijn voor vrachtschepen van klasse Va (met een laadvermogen tot 2.250 ton). Die nieuwe verbinding tussen de Gentse en Antwerpse haven zou de scheepvaart tussen het Scheldebekken en het Albertkanaal eveneens vlotter maken, en dus een meerwaarde betekenen voor het hele Vlaamse waterwegennetwerk.


Onderdeel van Agenda voor de Toekomst

Naast deze betere bevaarbaarheid van de Boven-Zeeschelde moeten ook de andere functies van de rivier worden versterkt. Daarom onderzoeken we welke invloed bepaalde ingrepen zouden hebben op de Boven-Zeeschelde en haar wijde omgeving en op welke manier bepaalde negatieve trends kunnen worden gekeerd. Dat onderzoek geeft ook invulling aan het beleid van de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie (VNSC). Die organisatie zoekt naar een optimaal en geïntegreerd beheer voor het Schelde-estuarium, waartoe behalve de Boven-Zeeschelde ook de Beneden-Zeeschelde (van Temse tot de Nederlandse grens) en de Westerschelde (vanaf de Nederlandse grens) behoren. Onderzoeksprogramma’s maakten duidelijk dat heel dat mondingsgebied van de Schelde één geheel vormt en dat ingrepen op de ene plaats ook een impact hebben op andere delen van het estuarium. Die geïntegreerde kijk is ook het uitgangspunt van de Agenda voor de Toekomst, de inhoudelijke werkagenda van de VNSC voor de periode van 2014 tot 2017. Met verschillende projecten en onderzoeken wordt gezocht naar een evenwichtige combinatie tussen veiligheid, natuurlijkheid en bevaarbaarheid. Die doelen weerspiegelen zich ook in het integrale plan dat W&Z uitwerkt voor de Boven-Zeeschelde.


Haalbaarheidsstudie krijgt tweedelig vervolgtraject

Van 2011 tot 2013 onderzocht De Vlaamse Waterweg nv  in een haalbaarheidsstudie hoe de Boven-Zeeschelde beter bevaarbaar kan worden gemaakt, en welke voor- en nadelen bepaalde ingrepen hadden. Daarbij werd sterk gelet op de ruimtelijke en ecologische gevolgen, en de kostprijs. Zo kwamen de alternatieven met beperkte ingrepen naar voren als evenwichtigste optie. Voor deze alternatieven zou de Gentse Ringvaart worden verruimd en de huidige loop van de Boven-Zeeschelde behouden blijven. Naast de mogelijke toegang voor schepen van klasse Va zou ook voor klasse IV-schepen (met een laadvermogen tot 1350 ton) een verbeterde doorvaart worden gerealiseerd.

Momenteel wordt de haalbaarheidsstudie voortgezet in een tweedelig vervolgtraject. Ten eerste maken we voor de Boven-Zeeschelde een duurzaam beheerplan op. Dat omvat onder meer baggerwerken die het vaarprofiel van de rivier onderhouden zonder beschermde natuur te beschadigen. Er werd een baggerprogramma uitgewerkt voor de komende twintig jaar om de rivier vlot bevaarbaar te houden. In 2015 werd de uitvoering van dit duurzaam beheerplan gestart. Ten tweede maken werk van een integraal plan, dat bekijkt hoe de Boven-Zeeschelde geschikt kan worden gemaakt voor klasse Va-schepen, terwijl ook andere functies van de rivier ontwikkeld worden. In een eerste fase wordt de wetenschappelijke kennis over de Boven-Zeeschelde verder uitgediept. Vanaf 2016 worden alternatieven opgesteld en onderzocht om tot een integraal plan te komen.

Top